|
| |
ORGANISATIE |
Mission Statement
Missie, visie en waarden
Groot formaat
 [186Kb]
|
Het Mission Statement van de federale politie is een charter met haar missie, visie en waarden.
Het vertolkt de bestaansreden van de federale politie en beschrijft wat ze doet en voor wie (de missie), hoe ze haar opdrachten wilt vervullen (de visie) en welke individuele kenmerken of waarden elk personeelslid moet hebben om de missie en visie te verwezenlijken. |
Missie
De federale politie draagt, als component van de geïntegreerde politiedienst en onder het gezag en de verantwoordelijkheid van haar overheden, bij tot de veiligheid en de levenskwaliteit in de samenleving.
Zij vervult, binnen de nationale en internationale context, gespecialiseerde en bovenlokale politieopdrachten en zij levert steun aan de politieoverheden en de lokale politiediensten.
Zij doet dit:
- Door rekening te houden met de principes van geintegreerde werking, specialiteit en subsidiariteit;
- In synergie met de andere partners.
Visie
Als leden van de federale politie, streven wij ernaar om bij het vervullen van al onze opdrachten en in partnerschap met de lokale politie een excellente politiezorg te leveren.
Hiervoor investeren we verder in de betrokkenheid, motivatie en bekwaamheid van onze medewerkers.
Samen bouwen we aan een performante, transparante, dynamische en innovatieve organisatie, die een steeds betere dienst levert en die als dusdanig herkend en erkend wordt.
Waarden
Om dit te realiseren, in de geest van de deontologische code en de waarden van de geintegreerde politie, handelen wij in het bijzonder met:
- integriteit;
- respect;
- open geest;
- flexibiliteit;
- dienstverlenende ingesteldheid;
- fierheid erbij te horen.
Vocabularium
Hieronder vindt u een duiding van de verschillende begrippen van het Mission Statement, die in eerste instantie abstract kunnen klinken:
Mission statement: Het charter met de missie, de visie en de waarden van de federale politie.
Missie: De missie vertolkt de bestaansreden van de organisatie en beschrijft wat de organisatie doet en voor wie. De missie van de federale politie is verankerd in de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst.
Visie: De visie geeft weer hoe we de missie willen uitvoeren en welke rol de organisatie in de toekomst wil vervullen. De algemene richting, uitgetekend door het topmanagement, waarin de organisatie wil evolueren staat centraal: hoe willen we op langere termijn worden gepercipieerd en op welke manier willen we dit bereiken? De visie is een ambitieus gedeeld beeld van de toekomst en vergt een bijdrage van alle personeelsleden van de federale politie, ongeacht hun niveau of graad.
Waarden: Waarden zijn individuele kenmerken die elk lid van de federale politie moet hebben. Het zijn elementaire voorwaarden voor het uitvoeren van de missie en visie. Men moet geloven in de waarden en ze ook toepassen.

Vraagbaak
Aan de hand van de volgende reeks vragen en antwoorden wordt het waarom van dit (nieuwe) Mission Statement uit de doeken gedaan:
MISSIE
Geïntegreerde politie: De federale politie vormt samen met de de 196 zones van de lokale politie de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus.
Overheden van de federale politie: De federale politie valt onder het voogdijschap van de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie. De opdrachten van bestuurlijke politie worden uitgevoerd onder de bevoegdheid van de bestuurlijke overheden: de burgemeesters, de provinciegouverneurs en de minister van Binnenlandse Zaken. De opdrachten van gerechtelijke politie vallen onder de bevoegdheid van de procureurs des Konings, het Federaal Parket, het College van procureurs-generaal en finaal van de minister van Justitie.
Bijdragen tot de veiligheid en de levenskwaliteit in de samenleving: De politie ontleent haar legitimiteit aan de maatschappij. Het uitgangspunt bij uitstek van de Octopusakkoorden van 23 mei 1998 was het principe dat de politie zich in de eerste plaats moet richten op de bevolking. Alle activiteiten moeten uiteindelijk bijdragen tot de veiligheid en de levenskwaliteit in de samenleving.
Nationale en internationale context: De federale politie oefent haar opdrachten uit op het Belgisch grondgebied. Maar de maatschappij wordt complexer en de criminaliteit overstijgt vaak de landsgrenzen. Daarom denkt de federale politie ook grensoverschrijdend en werkt zij samen met buitenlandse politiediensten en internationale partners zoals Europol, Interpol, enz.
Gespecialiseerde politieopdrachten: De gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie bestaan uit ordehandhaving, meer bepaald het doen naleven van wetten en reglementen, preventief optreden, de bescherming van personen en goederen en bijstand verlenen aan personen in nood. Enkele domeinen van gespecialiseerde bestuurlijke politie zijn de grenscontrole, de wegpolitie, de spoorwegpolitie, de scheep- en luchtvaartpolitie, de hondensteun en de luchtsteun. De gespecialiseerde gerechtelijke politie richt zich in de eerste plaats op die misdaden en wanbedrijven die door hun ingewikkelde aard, gespecialiseerde opsporingen en (proactieve) onderzoeken vereisen.
Bovenlokale politieopdrachten: Bovenlokale politieopdrachten zijn opdrachten die door hun omvang, hun georganiseerd karakter of hun gevolgen de grenzen van een zone, een arrondissement of het land overstijgen.
Steun: De ondersteunende opdrachten kunnen van operationele aard zijn, zoals het versterken van een lokale politie door personeel te leveren van de interventiekorpsen of de algemene reserve bij een risicowedstrijd of het inzetten van een observatieteam van de speciale eenheden, of van niet-operationele aard, zoals het organiseren van een callcenter als algemeen contactpunt voor de human resources en het uitvoeren van stress- of motivatie-enquêtes.
Heel vaak dragen de ondersteunende opdrachten bij tot de geïntegreerde werking. Voorbeelden hiervan zijn, op operationeel vlak, de ontwikkeling van de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) en, op niet-operationeel vlak, de uniforme rekrutering en selectie en de opleiding van politiepersoneel.
Het NVP 2008-2011 beklemtoont dat de steun vooral moet zijn afgestemd op de reële en legitieme behoeften van de belanghebbenden, bijv. de lokale politiediensten. Deze steun maakt het voorwerp uit van een duidelijke procedure en overleg met de partners.
Geïntegreerde werking: De federale politie en de lokale politie werken dan wel autonoom, ze werken ook nauw samen met elkaar en zijn complementair. Samen verstrekken ze de geïntegreerde politiezorg.
Om het geïntegreerde karakter te benadrukken:
- Wordt er een nationaal veiligheidsplan opgesteld waarin de krijtlijnen van de politionele opdrachten worden uiteengezet en de prioriteiten vastgelegd en waarmee rekening wordt gehouden bij het opstellen van de zonale veiligheidsplannen.
- Is er eenheid van selectie en rekrutering en is de opleiding geüniformiseerd;
- Hebben alle politieambtenaren een gemeenschappelijk statuut.
- Bestaat er een deontologische code voor alle personeelsleden van alle politiediensten.
- Werken de arrondissementele informatiekruispunten als schakels tussen het federale en lokale niveau op het vlak van de operationele gegevensuitwisseling van bestuurlijke en gerechtelijke politie.
- ...
Specialiteit: De federale politie zal, in de mate dat een handeling een gespecialiseerde politiezorg vereist, die gespecialiseerde opdrachten bij voorrang op de lokale politie vervullen.
Subsidiariteit: Dit houdt in dat alle opdrachten die geen tussenkomst noodzaken van een gespecialiseerde federale politiedienst, worden toevertrouwd aan de lokale politiekorpsen.
In synergie met partners: Om bij te dragen tot de veiligheid en de de levenskwaliteit van de bevolking, treedt de federale politie op in overleg en in samenwerking met de burger, met de verschillende overheden, de lokale politiediensten en met de betrokken instellingen (bijv. Child Focus, NMBS, enz.).

VISIE
Excellente politiezorg: Elk personeelslid van de geïntegreerde politie moet bij de uitoefening van zijn taken rekening houden met de principes van de gemeenschapsgerichte politiezorg, de informatiegestuurde politiezorg, de optimale bedrijfsvoering (zoals bijvoorbeeld een intern preventie- en welzijnsbeleid) om uiteindelijk te streven naar een excellente politiezorg. Elkeen, zowel aspiranten, agenten van politie, politieambtenaren als burgers en ongeacht hun graad of niveau, moet deze principes voor zichzelf invullen en toepassen in zijn dagdagelijks werk.
Gemeenschapsgerichte politiezorg: Gemeenschapsgerichte politiezorg weerspiegelt de attitude van de geïntegreerde politie en definieert haar legitimiteit binnen onze maatschappij. Deze filosofie bestaat uit vijf pijlers:
- Externe oriëntering: De politie staat niet tegenover de samenleving, maar er middenin; ze is in de maatschappij geïntegreerd. Door die inbedding is ze zich snel en volledig bewust van wat leeft en speelt qua veiligheid en leefbaarheid in de samenleving.
- Probleemoplossend werken: Deze pijler verwijst naar de duiding van de mogelijke oorzaken van criminaliteit. De politie treedt niet enkel repressief op, maar probeert de veroorzakende factoren te identificeren en daarop (tijdig) in te werken.
- Partnerschap: De veiligheidszorg is een ketenbenadering waarin diverse partners de schakels vormen in een globale en geïntegreerde benadering. De politie is niet alleen verantwoordelijk, en wil dat ook niet zijn, voor de zorg voor veiligheid en leefbaarheid. Dit aspect wordt sterk benadrukt in het nationaal veiligheidsplan 2008-2011.
- Afleggen van verantwoording: Dit vereist het opzetten van mechanismen waardoor de politie verantwoording kan afleggen over de antwoorden die ze formuleerde op de vragen en noden van de gemeenschappen die ze dient.
- Bekwame betrokkenheid: Het betekent dat er zowel voor de politiemensen als voor de diverse bevolkingsgroepen mogelijkheden moeten worden gecreëerd om gezamenlijk problemen van veiligheid en leefbaarheid aan te pakken, diensten te verlenen en veiligheid en zekerheid te creëren. Een voorbeeld hiervan is de bijdrage aan en samenwerking met de buurtinformatienetwerken.
Informatiegestuurde politiezorg: Informatiegestuurde politiezorg of intelligence led policing staat voor de voortdurende zorg van de geïntegreerde politiedienst om de organisatie aan te sturen op strategisch, tactisch en operationeel vlak, op basis van informatie over onveiligheid, leefbaarheid, criminaliteit en over de politiewerking (ervaringen en vaardigheden).
De vijf kenmerken van het concept zijn:
- Doelbepalend: Een politiedienst zonder informatie en kennis is een blinde organisatie. Informatie en kennis vormen immers de basis voor alle politiewerk en voor een doeltreffende en doelmatige werking van de politie op het vlak van zowel de basis- als de gespecialiseerde politiezorg.
De politie zamelt de informatie in die noodzakelijk is om de doelstellingen te bepalen, de gerechtelijke en bestuurlijke taken met succes aan te sturen en uit te voeren, de resultaten ervan te kennen en na de evaluatie, de doelstellingen indien nodig bij te sturen. Dit gebeurt in overleg met en onder controle van de bevoegde overheden, op een legale en maatschappelijk gedragen manier.
- Proactief en reactief: De meeste informatie wordt reactief ingezameld en verwerkt, bijvoorbeeld na een incident. Ook wanneer er aanwijzingen zijn dat misdrijven worden voorbereid en/of de leefbaarheid en de veiligheid in het gedrang komen, moet de politie informatie inzamelen en zo nodig voorstellen voorleggen aan de overheden. Op dat ogenblik wordt proactief omgegaan met informatie.
- Meerwaarde bieden: De politie zorgt er voortdurend voor dat het omgaan met informatie steeds een noodzakelijk en concreet belang dient, op het vlak van veiligheid, leefbaarheid, criminaliteit of de politiewerking.
- Uitwisseling: Omgaan met informatie vereist de medewerking van alle politiemensen, zowel van de federale als de lokale politie, maar ook van de overheden en de partners. Zonder deze bereidheid om informatie uit te wisselen of te communiceren, blijft informatiegestuurde politiezorg een lege doos. Informatie en kennis die niet gedeeld worden, zijn waardeloos.
- Doelgerichtheid: Het politiewerk wordt georiënteerd op basis van kennis en inzichten over gebeurtenissen en fenomenen. Sturing houdt ook in dat vanuit de bevoegde diensten concrete opdrachten worden gegeven aan andere politiediensten of individuele politieambtenaren om noodzakelijke informatie gericht in te zamelen en door te geven.
Optimale bedrijsvoering: Wat de optimale bedrijfsvoering betreft, ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de leidinggevenden, op alle niveaus, van de verschillende politiediensten.
Van de leidinggevenden wordt een ‘leiderschap met lef’ (1) verwacht, met zin voor motivatie, luisterbereidheid, verantwoordelijkheid, integriteit en volharding. Maar iedereen is betrokken bij de optimale bedrijfsvoering. Optimale bedrijfsvoering is synoniem met resultaatgericht werken (2), met transparantie op het vlak van taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en resultaten (3), met de wil om continu en duurzaam te verbeteren (4) en met een professionele manier van samenwerken (5).
Betrokkenheid: Het personeel, de medewerkers zijn het belangrijkste kapitaal van onze organisatie. Hun betrokkenheid, hun engagement of hun inzet is een essentiële voorwaarde om kwaliteitsvol werk te bieden. Die betrokkenheid kenmerkt zich onder andere door beschikbaarheid, solidariteit en de fierheid om deel uit te maken van de federale politie.
Motivatie: Enthousiasme, tevredenheid, zin voor initiatief, leergierigheid, beschikbaarheid, De motivatie van de medewerkers op peil houden, moet een permanente zorg zijn van de leiding. Feedback geven over de prestaties, een veelzijdige jobinhoud en waardering dragen alvast bij tot de tevredenheid en motivatie.
Bekwaamheid: Dé middelen bij uitstek van de federale politie, zijn het vakmanschap, de expertise, het savoir-faire, de knowhow, de specialiteit, de ervaring van haar personeelsleden. Om deze bekwaamheden op peil te houden, investeert de federale politie in opleiding en competentieontwikkeling. Dit is trouwens een strategische doelstelling van het NVP 2008-2011, net als het stimuleren van de betrokkenheid van de medewerkers.
Performant: Pragmatisme, doeltreffendheid en efficiëntie zijn de sleutelwoorden. Nutteloze procedures en bureaucratie zijn uit den boze. Op het vlak van de ondersteuning stemt de federale politie haar dienstenaanbod zo perfect mogelijk af op de verwachtingen van haar belanghebbenden zoals de lokale politiediensten.
Transparant: Transparantie betekent openheid naar de overheden en de bevolking toe, bijvoorbeeld middels het nationaal veiligheidsplan (NVP) waarin om de vier jaar de aanpak, de prioriteiten en de doelstellingen van de federale politie worden vastgelegd. Het NVP wordt ondertekend door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie en voorgesteld aan het Parlement en de bevolking. De federale politie communiceert regelmatig over haar aanpak en de behaalde resultaten (perscommuniqués, jaarverslagen, ...) en zij legt ook verantwoording af aan haar overheden.
Transparantie betekent ook openheid naar de partners toe, zoals de lokale politiediensten. Bijvoorbeeld openheid in de samenwerking, maar door het steunaanbod op een overzichtelijke manier bekend te maken.
Transparantie betekent ten slotte ook openheid naar het personeel toe, door open en duidelijk te communiceren over het humanresourcesbeleid en te waken over een vlotte informatiedoorstroming naar alle personeelsleden.
Dynamisch: Er is altijd marge voor evolutie en flexibiliteit; de wil tot ondernemen en verbeteren moet permanent aanwezig zijn. Om doeltreffend te zijn en zo nauwgezet mogelijk aan de verwachtingen te beantwoorden, moet de federale politie bovendien voor een zekere diversiteit in het aanbod zorgen zonder daarbij in excessen te vervallen. De samenhang, coherentie en eenheid van de complementaire componenten (lokale en federale politie) mogen nooit uit het oog worden verloren.
Innovatief: Beschikbare technologieën evolueren razendsnel. Ook voor politiediensten is het noodzakelijk innovatief te zijn en de voordelen van technologische vooruitgang te benutten om doeltreffend onveiligheid te bestrijden. DNA-onderzoek, gps-plaatsbepaling, gezicht- en patroonherkenning, digitale camera’s met automatische nummerplaatherkenning ... zijn slechts enkele sprekende voorbeelden hiervan.
Innoveren en investeren in nieuwe technologieën en methoden is ook in het niet-operationele domein onmisbaar voor een moderne dienstverlening (bv. automatisering van kennis- en informatieverspreiding, e-loket en e-learning, tele-administratie). De mogelijkheden van publiekprivate en internationale samenwerking (bv. uitwisseling hoogtechnologisch materiaal) moeten in dit verband optimaal benut worden.
Het streven naar innovatie en technologische vooruitgang moet in evenwicht zijn met een duurzaam en ecologisch verantwoord ondernemen. Ook politiediensten moeten bijdragen tot deze maatschappelijke bezorgdheid.
Herkend en erkend worden: Herkend worden begint uiteraard met de huisstijl en -normen: het uniform, de logo’s , de striping, ... Maar het gaat verder dan louter visuele herkenning. Iedereen draagt bij tot het imago van de federale politie.
Het imago is de concrete, zichtbare vertaling van de visie en waarden van de federale politie en van haar manier van zijn. De houding en de manier van zijn, zijn zelf de uitdrukking van de plaats en de rol van de federale politie in het geïntegreerd politielandschap: een kwaliteitspolitiedienst bestaande uit deskundig en gemotiveerd personeel dat overtuigd is van zijn doorslaggevende bijdrage tot de geïntegreerde politiedienst. Dit imago straalt af op elk lid van de federale politie, van het operationeel personeel of van het administratief en logistiek kader. De leden van de federale politie voegen daar hun kunnen aan toe, in hun domein of specialiteit.

WAARDEN
Deontologische code: De deontologische code van de politiediensten is op 30 mei 2006 in werking getreden. De code is in feite een bijlage bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 2006 dat de deontologische code van de politiediensten vastlegt. Hij bestaat uit 81 punten.
De formele verplichting om een deontologische code op te stellen, vloeit voort uit de 'Exoduswet' van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten.
De deontologische code geldt voor alle personeelsleden van de lokale en federale politie, zowel politieambtenaren als burgerpersoneel. De code is bedoeld om de goede werking van de politieorganisatie te waarborgen, om de correcte uitoefening van het politieambt in te vullen en om verschillende deontologische aspecten te verwoorden, zoals de beroepsonverenigbaarheden, de burgerlijke aansprakelijkheid, de blijken van erkenning, enz.
De deontologische code is in de eerste plaats een individueel werkmiddel, een leidraad om het zich eigen maken van adequate en gedeelde waarden en gedragsnormen te bevorderen. De code definieert het werkkader, de rechten en de plichten van de leidinggevenden en de medewerkers.
Ten slotte is de deontologische code een evolutief middel tot transparantie naar de bevolking, die mag weten wat ze van de politie mag verwachten en eisen.
Waarden van de geïntegreerde politie: Het Handvest met de waarden van de geïntegreerde politie maakt integraal deel uit van punt 3 van de deontologische code.
Integriteit: De overheden en de bevolking moeten kunnen rekenen op een onkreukbare en onpartijdige politie. Haar opdracht bestaat er voornamelijk in het doen naleven van wetten en reglementen, met een bijzondere zorg voor het principe ‘iedereen gelijk voor de wet’. Uiteraard moet het politiepersoneel deze wetten en reglementen ook zelf respecteren. Zo niet stelt er zich een probleem van geloofwaardigheid en vertrouwen: de burger noch de overheid aanvaarden dat de politie toeziet op het naleven van regels terwijl ze die zelf aan haar laars lapt, of het nu interne regels dan wel wetten zijn. Het gegeven dat de politie als instelling met het geweldmonopolie dwang mag gebruiken onder strikte voorwaarden - Is het wettig? Is er geen andere oplossing? Is het proportioneel? - onderstreept het belang van integer handelen.
Respect: Respect is een vrij ruim begrip dat zowel slaat op zelfrespect, respect voor de ander, de overheid, de middelen als op loyaliteit.
Open geest: Bij openheid wordt vooral de nadruk gelegd op het streven naar diversiteit, de vaardigheid om zich aan te passen, een kritische en constructieve ingesteldheid, luisterbereidheid, transparantie, werken in groepsverband, …
Flexibiliteit: Flexibiliteit veronderstelt een grote vaardigheid om zich aan te passen en om te luisteren, problemen kunnen oplossen, troeven zoeken, verbreding van het werkterrein, een professionele aanpak, creativiteit, enz.
Dienstverlenende ingesteldheid: Deze waarde hangt samen met begrippen als beschikbaarheid, efficiëntie, kwalitatieve dienstverlening, een professionele aanpak, problemen oplossen, enz.
Fierheid erbij te horen: De fierheid om deel uit te maken van de federale politie wordt gekenmerkt door solidariteit, korpsgeest, trots, betrokkenheid, groepsgeest, samenhorigheid, enz.

|
|
|