|
Het Disaster Victim Identification Team (DVI) is een steundienst binnen de Directie Speciale Eenheden van de Federale Politie. Door haar internationale werking is ze ook nauw verbonden met Interpol.
Opdracht
De opdracht van het DVI bestaat erin de stoffelijke resten van slachtoffers van rampen, incidenten, accidenten en in bepaalde omstandigheden ook van moord terug te geven aan de nabestaanden zodat hun de kans wordt gegeven een afscheidsritueel te organiseren als ondersteuning van het rouwproces.
De onderzoeksrechter, de parketmagistraat, de lokale politie en de federale gerechtelijke politiediensten kunnen op het DVI beroep doen om volgende taken uit te voeren:
- Het inwinnen van ante mortem gegevens bij de nabestaanden, de arts en de tandarts van een vermiste persoon of een mogelijk slachtoffer van een ongeval, een incident of een ramp.
- Het verzamelen van post mortem gegevens op de lichamen van onbekende slachtoffers door interdisciplinaire samenwerking met wetsgeneesheren, forensische tandartsen en antropologen.
- Het vergelijken van de ante en post mortem gegevens om een onbekend slachtoffer te identificeren.
- Het uitvoeren van zoekoperaties naar een vermiste persoon van zodra vermoed wordt dat hij/zij werd vermoord en door de dader ergens is verborgen of begraven. Eens gevonden zal het lichaam geborgen worden op een forensisch archeologisch verantwoorde wijze met vrijwaring van alle materiële sporen nuttig voor het gerechtelijk onderzoek.
- Het uitvoeren van duikopdrachten om reeds onder water de nodige forensische vaststellingen te kunnen doen op de lichamen van slachtoffers om bewijsmateriaal veilig te stellen.
- Het organiseren van zoekopdrachten naar verborgen ruimtes en/of bewijsmateriaal in woningen of op moeilijk toegankelijke plaatsen door de inzet van gespecialiseerde technieken.
Door de contacten die het DVI onderhoudt met nationale en internationale wetenschappelijke instellingen kan deze dienst ook aangesproken worden wanneer magistraten of politiediensten nood hebben aan enige informatie in het domein van de forensische wetenschappen en technieken.
Ook "Onderzoek en Ontwikkeling" ten voordele van haar eigen werking en deze van de politie als een geheel is van bij het ontstaan van het DVI een vast onderdeel van haar werkzaamheden.
Zo werd de set sexuele agressie, de forensische hypnose, de "scientic content analysis", de forensische psychofysiologie (de polygraaf of "leugendetector") door haar ingevoerd in België.
Ook werd "necrosearch" als volwaardige discipline ontwikkeld. Actueel wordt het gebruik van oorbiometrie als identificatiemethode op punt gesteld in samenwerking met de Universiteit Gent en wordt onderzoek verricht naat typisch menselijke ontbindingsmoleculen samen met het Defensielaboratorium en de Katholieke Universiteit Leuven. Onderzoek wordt ook verricht naar nieuwe biosensoren om begraven lichamen accurater te kunnen opsporen. |