Historiek
De Wet op de organisatie van de Rijkswacht van 28 Germinal van het jaar VI en een besluit van 31 januari 1815 betreffende het reglement op de politie, de tucht en de dienst van de marechaussee, belastten deze diensten om de politie te verzekeren op de grote verkeerswegen.
Het is op basis van deze teksten en op basis van verontrustende statistieken over de reeds talrijke ongevallen dat de overheden zich op 23 januari 1933 richten naar de rijkswacht om een Bijzondere Wegpolitie op te richten. De BWP wordt opgericht in de schoot van het mobiel legioen. Ze staat dan onder bevel van onderluitenant Schrauwen en bestaat uit een keurgegradueerde en vier ploegen van twee man. De opdracht van de eenheid is om alle wegen van het land te doorkruisen om te waken over de verbindingswegen.
Het werk van de motorrijders wordt alom gewaardeerd en de nood aan een uitbreiding van het effectief laat zich snel voelen. Een ministeriële brief van 20 mei 1953 reorganiseert de eenheid in die richting. De Bijzondere wegpolitie bestaat dan uit negentien man waaronder drie keurgegradueerden, verdeeld over de drie groepen van het mobiel legioen. De eerste ploeg is gestationeerd in Brussel en is belast met de provincies Brabant, Luik en Limburg. De tweede ploeg installeert zich in de 2 mobiele Groep te Antwerpen en bewaakt de wegen van de provincies Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen. De derde ploeg wordt ingekwartierd in de 3e mobiele groep te Charleroi en is verantwoordelijk voor de provincies Henegouwen, Namen en Luxemburg .
Bovenop de individuele moto’s, wordt de BWP uitgerust met 4 moto’s met side-car. In 1936 wordt een vierde ploeg opgericht te Luik.
In september 1939, krijgt ze bijkomende opdrachten : estafettedienst, controle op de militaire en gevorderde voertuigen, bewaking van de militaire reiswegen …
Wanneer op 10 mei 1940 de oorlog uitbarst, begeleidt een ploeg de koninklijke prinsen naar Zuid-Frankrijk. Sommigen worden als estafette aangehecht aan het grote hoofdkwartier, terwijl anderen de colonne van het burgerlijk Huis van de koning begeleiden naar Le Havre en Poitiers.
In augustus 1940 worden de vier ploegen door de Dienst voor het Wegverkeer afgeschaft om te vermijden dat de bezetter ze zou omvormen tot een Strassenpolizei.
Na de bevrijding kan de BWP zich slechts langzaam reorganiseren, vooral dankzij de recuperatie van legervoertuigen. Enkele rijkswachters vervoegen een peloton aangehecht aan het Office Provost Marshall in 1946.
Het is wachten op het besluit van de regent van 26 februari 1949 vooraleer de BWP uit haar asse herboren wordt. Dit besluit herneemt in het eerste artikel : « Er worden binnen het korps van de rijkswacht vormingen ingericht voor rijkswachters motorrijders in eerste orde belast met het opsporen van inbreuken op de wetten en besluiten inzake de verkeerspolitie en het wegverkeer. » De effectieven worden tot minimaal honderd man opgetrokken. Van dan af worden alle kosten met betrekking tot deze eenheid gedragen door de rijkswacht, hetgeen geenszins een samenwerking met de Dienst voor het Wegverkeer in de weg staat.
In 1960 wordt het gemotoriseerd Koninklijk Escorte opgericht. De BWP Brabant levert één officier, drie gegradueerden en 21 onderofficieren.
Het koninklijk besluit van 14 maart 1963 betreffende de organisatie van de algemene dienst van de rijkswacht schaft het regentenbesluit van 1949 af, maar behoudt de opdracht van de BWP : « De inbreuken op de wetten en reglementen inzake de verkeerspolitie en het wegverkeer opsporen. De eenheid is onderverdeeld in negen secties, elk aangehecht aan de staf van een territoriale groep. » Het betreft hier de eerste organisatie van de BWP per provincie. Een lid van de wegpolitie oefent zijn functies uit binnen het grondgebied van de provincie waaraan hij is aangehecht, maar hij mag natuurlijk een overtreder achtervolgen over de provinciegrenzen heen.
Gezien de belangrijke ontwikkeling van het Belgische autosnelwegennet, richt het commando van de rijkswacht in 1970 de Bijzondere Autowegenpolitie, de AWP, op. Progressief worden er twintig posten van deze eenheid geïnstalleerd in de nabijheid van de verkeerswisselaars.
Met een steeds groter wordend voertuigenpark en een steeds belangrijker aantal ongevallen, hebben de leden van de wegpolitie geen kans om zich te vervelen. In 1972 bezaten de Belgen niet minder dan 2.668.069 auto’s en 64.608 moto's. In dat jaar telt men 75 883 ongevallen die de dood veroorzaken van 1.829 mensen en waarbij er 24.882 zwaar gewond worden. De rijkswachters stellen 177.563 processen-verbaal op.
In februari 1985 fusioneren de BWP en AWP tot de Provinciale Verkeerseenheden (PVE). Elke provinciale verkeerseenheid is samengesteld uit een secretariaat, een communicatiecentrum, een aantal verkeersposten langs de autosnelwegen (zesentwintig voor het gehele land), een technische ploeg en een verkeerspiste.
De PVE’s zijn bevoegd over de 1691 kilometer autosnelwegen in België, de op- en afritten, de parkings en de restauratiecomplexen inbegrepen alsook over 366 kilometer rijkswegen.
In de jaren 1990 bepaalt het programma Verkeer van de Directie van de politiewerking de prioriteiten op gebied van wegverkeer : de overdreven en onaangepaste snelheid, het dragen van de veiligheidsgordel, het rijden onder invloed en het zwaar vervoer.
De acties van de provinciale eenheden worden dus gefocust op deze fenomenen en de rijkswachters ontwikkelen, zoals in de landelijke brigades, projecten van basispolitiezorg met kwaliteit. Maar de verkeersveiligheid is niet het enige dat de PVE’s bezighoudt.
Door de opkomst van de criminele fenomenen zullen de rijkswachters van de PVE’s mettertijd meer en meer tussenkomen op gerechtelijk vlak. De autosnelwegen vormen vanzelfsprekend uitstekende reiswegen voor drugsmokkelars, afvalbaronnen en mensensmokkelaars.
In 1997, na een reeks gewelddadige overvallen op waardetransporten, vertrouwt de Minister van Binnenlandse Zaken de rijkswacht de opdracht toe om de transportwagens « intercity »,d.w.z. de waardetransporten tussen de steden, te begeleiden. Gedurende verschillende maanden, alvorens een gespecialiseerde beschermingseenheid wordt opgericht in de schoot van de algemene reserve, zullen de rijkswachters van de PVE’s deze gevaarlijke opdracht uitvoeren aan boord van hun indrukwekkende voertuigen van het merk Pontiac.
In 1999, zullen de ongeveer negenhonderd rijkswachters die behoren tot de provinciale verkeerseenheden 287.298 inbreuken op de wegcode vaststellen en 68.687 processen-verbaal opstellen. Op gerechtelijk vlak stellen ze meer dan vierduizend processen-verbaal op.
In 2001 wordt de Wegpolitie gecreëerd. Naast de reeds bestaande diensten wordt een federaal commando opgericht. Dit zal het geheel van de eenheden, belast met de politiewerking op de autosnelwegen en gelijkaardige wegen, overkoepelen.
Het is al lang geleden dat een handjevol dappere motorrijders enkele taken inzake verkeersveiligheid uitvoerden over gans België!