Het verslag van het bezoek geschreven door de leerlingen.
Geen enkel ander dier heeft meer invloed uitgeoefend op ons dagelijks leven, ons westers taalgebruik dan deze zeer oude metgezel van de mens, die zowat overal in de wereld gedomesticeerd is, waarschijnlijk meer dan 12 000 jaar geleden.
Als kat en hond leven, zo moe als een hond, welkom zijn als een hond in een kegelspel, een hotdog, een hondenleven, behandeld worden als een hond, een geslagen hond, hondenweer … Idiomatische uitdrukkingen in overvloed.
Van de yorkshire tot de Sint-Hubertushond: de hond lijkt de meest gedifferentieerde diersoort – 1 tot 500 rassen, tegenover 1 tot 30 bij de paarden – en de diersoort die de meeste rassen telt, in het bijzonder rassen die niet in een natuurlijk milieu kunnen leven.
Geen enkel dier lijkt zo afhankelijk van het menselijke handelen: slachtvlees, pelsdier, trek- of lastdier, hond – stadsreiniger, voorwerp van vivisectie, circusattractie, nachtwaker van goederen, blindengeleider of tetraplegiepatiëntengeleider, speurhond, aanvals- of strijdhond, hij is ook een grote sporter, meester van de competitie.
De Canis familiaris (Linné 1758) heeft van zijn verre voorvaderen misschien een buitengewoon aanpassingsvermogen overgeërfd. Vanwaar heeft hij dat rijke genetische erfgoed? Van de Indische wolf (Lupus pallipes), de goudjakhals (Canis aureus) of de wilde hond (Canis)? De huishond zou kunnen afstammen van de dingo. Van de jakhals heeft de hond, naast een zekere morfologische gelijkenis, zoals de schedel, karaktertrekken: sociaal en zelfs aanhankelijk, gemakkelijk af te richten. Van de wolf heeft de hond de duidelijke verwantschap via het gebit en enkele gemeenschappelijke punten van kuddeleven. We mogen dus niet uitsluiten dat de hond mogelijk vele voorvaderen heeft: de tanden van de eskimohonden lijken meer op die van de wolf, de tanden van de honden in het Middellandse-Zeegebied lijken meer op die van de jakhals.
Waarom en hoe is de hond gehecht geraakt aan de mens – of vice versa? Toen de mens jager was, nog niet sedentair, heeft de hond zich bij de mens, dat andere roofdier, gevoegd. De hond en de wolf jagen in groep met bijzondere tactieken, net als de mens; er is een strikte hiërarchie en de redding brengende trouw aan de meute, net zoals bij de mens. De hond heeft de mens kunnen gelijkstellen met de leider van de meute, en zich geleidelijk aan vertrouwd maken met hem, eerst door na hem kadavers en afval op te eten, later door deel te nemen aan de jacht (cf. R. Delort «Les animaux ont une histoire» coll. Points).

De mens heeft de hond kunnen gebruiken als slachtvlees, ter aanvulling van de onzekere voedselvoorziening. Dankzij zijn genetisch materiaal is de hond bijzonder geschikt voor de voortplanting aangezien een teef zeer vroeg vruchtbaar is – vanaf 6 maand – regelmatig – om de 6 maanden – en in hoge mate – meervoudige dracht. De ouderdom van de domesticatie deed dus wederkerige aantrekking en wederkerige belangen ontstaan.
De mens is bij de hond waarschijnlijk op zoek gegaan naar fysieke kracht, agressiviteit, de kracht van de kaak. De Galliërs kruisten honden met wolven om sterkere en agressievere dieren te bekomen (cf. Plinius en Aristoteles).
De hond wordt dus lange tijd ingezet voor de aanval, de verdediging, de jacht.
Na 1870 maken de militairen, die geïnteresseerd zijn in zijn africhtingsvermogen, gebruik van andere kwaliteiten van de hond om er een waardevolle hulpkracht van te maken: snelheid van goed afgerichte honden om machinegeweren in te zetten, reukzin van opgeleide honden om gewonden te lokaliseren, verkenningshonden, wachthonden, patrouillehonden …. In 1915 wordt in Frankrijk de Dienst oorlogshonden opgericht, op initiatief van Millerand, minister van Oorlog: tussen 1917 en 1918 telt het leger er 15 000. Tegelijk bestaat de Duitse scheper, politiehond, vanaf 1908 officieel, dankzij privéclubs die opeenvolgende selecties deden.
De geschiedenis van de huishond loopt gelijk met die van de jacht en de middeleeuwse aristocratie, waarbij het ridderlijke ritueel de africhting van honden inhield. Bijgevolg kreeg de hond een bijzondere verzorging, voeding die aangepast was aan zijn functies, werden rassen gecreëerd en uit de symboliek verdween de westerse religieuze schandelijkheid van de onreine, verachtelijke hond als aasgier.
In de late Middeleeuwen verschijnt naast de jachthond de gezelschapshond: een kleiner, zwakker dier, dat niet kan overleven in een natuurlijke omgeving. De hond krijgt dus een zeer benijdenswaardige status en wordt afgebeeld op wapenschilden, schilderijen, aan de voet van stenen ligbeelden, enz. In een artikel van de Salische wet wordt de prijs van een windhond vermeld: het equivalent van twee paarden, terwijl het paard in de Middeleeuwen een luxedier was (cf. F. Benoît «l’héroïsation équestre»).
De grote toename van het aantal hondensoorten dateert echter slechts van het einde van de 19e eeuw, met de eerste hondententoonstellingen. Esthetische overwegingen hebben geleid tot de achteruitgang van heel wat rassen door de uitschakeling van andere vroeger gekozen kenmerken (cf. R. Delort «la saga du chien», artikel verschenen in l’Histoire» nr. 62).
Het bezit van een hond heeft vandaag de dag niet echt meer te maken met een nuttigheidsbehoefte, maar met een gevoel van frustratie: afleiding van de huiselijke eenzaamheid, de stadsonveiligheid, de nood aan gezag en africhting, het gevoel van uitsluiting, de sociale en professionele spanningen. Maar niets is gevaarlijker in de maatschappij dan een niet gesocialiseerde hond, hoe groot of klein ook, die niet verzorgd wordt door zijn eigenaar! Een dog die aan zijn lijn trekt, is al een gevaar!
In navolging van televisieseries (Lassie), films (Beethoven), stripverhalen (Bessy, Bollie en Billie, Snoopy), maakt ook de reclame gebruik van het antropomorfisme van het beeld van de hond: een buldog die bedreven is in het skateboarden, een shar-pei voor antirimpelproducten, een westie die verliefd is op een vervanger, …
De verbeelding doet er alles aan om de gevoelens van het baasje voor zijn hond aan te moedigen: begrafenissen en kerkhoven, hondenpsychiatrie, enorm gevarieerde gerechten, farmaceutische afdelingen, enz. Dat is allemaal kenmerkend voor de plaats die honden innemen, ondanks veel voorkomende verwaarlozing: honden – consumptiegoederen …

De hondengeleiders die in het centrum hondensteun van Neerhespen werken, gaan juist uit van de essentiële begrippen van onvoorwaardelijke trouw, verstandhouding met de mens, sociabiliteit, intuïtie, lenigheid, kracht en weerstandsvermogen van de hond.
J. DIMITRI en R. BOULEMANS, onder leiding van de heer HERMAN, hebben de laatstejaars van het Koninklijk Atheneum van Lessen in het Frans en Nederlands gegidst in het 6 hectare grote opleidingscentrum, dat voorzien is van een vaardigheidsparcours, een zwembad, herschikte interieurs, een woonunit (doolhof op 3 niveaus, met regelbare verlichting, uitgerust met gladde vloeren, spiegels, moeilijke doorgangen, …). Jonge honden van maximum 2 jaar volgen er een intensieve training, zowel binnen als buiten, van 600 tot 1 000 uur, verdeeld over 6 maanden tot één jaar, om hun capaciteiten te verfijnen: strikt sociaal en gehoorzaam zijn, met een scherpe reukzin, aanvalsvermogen, en in staat om zich zonder vrees aan te passen aan om het even welk soort terrein of geluidsomgeving. Kwaliteiten die de hondengeleider bij zijn dier zal ontwikkelen in een wederzijdse vertrouwensrelatie, aangezien het team mens – hond dag en nacht samenleeft tot de «oppensioenstelling» van de hond rond de leeftijd van 9 jaar. Het is immers van fundamenteel belang dat de geleider en de hond op elkaar kunnen rekenen en samen de probleemsituaties de baas kunnen.
De «gepensioneerde» honden worden ofwel door de hondengeleider gehouden, ofwel toevertrouwd aan verwante en betrouwbare personen voor de rest van hun dagen. Honden die hun sociabiliteit verloren hebben, zullen onverbiddelijk worden geëuthanaseerd.
De jonge honden, labrador, bordercollie, Mechelse scheper, Duitse scheper, … worden vaak gekozen uit nesten bij betrouwbare particulieren, waarbij geen rekening wordt gehouden met de stamboom van het dier. De pup, zonder medische voorgeschiedenis, die gekozen werd omwille van zijn sociabiliteit, wordt vervolgens een jaar lang toevertrouwd aan een gastgezin: hij zal er met de kinderen spelen, leren gehoorzamen, de bus nemen, de trein nemen, aan de lijn lopen, enz. Hij zal er affectieve stabiliteit en rijpheid kweken, waarna hij aan testen zal worden onderworpen. Als die goed zijn, wordt hij toegewezen aan één van de veertig hondengeleiders van de Politie, verdeeld over het koninkrijk, die binnen een termijn van maximum 1 uur kunnen tussenkomen op een punt van het grondgebied. Iedere hondengeleider bezit een voertuig dat voorzien is van materiaal om het comfort van de hond te garanderen. De opleiding van een hond kost zowat 60 000 euro.
In Neerhespen specialiseert de hond zich met zijn geleider in het domein dat hij in zijn «beroepsleven» zal moeten beheersen.
De drugs- en snuifmiddelenhonden, voor het merendeel collies, worden spelenderwijs opgeleid, niet door afhankelijkheid van de producten. Ze worden afgericht om de geuren van de producten om het even waar te herkennen, in een voertuig, het ruim van een schip, een handtas, in verpakkingen ... en zelfs in de vrije lucht en dat in een ruim tijdsbestek.
Actieve drugshonden blaffen wanneer ze producten ontdekken; passieve of stille honden identificeren de drager of gebruiker van verboden producten door voor hem te gaan zitten in stations, luchthavens, scholen …
Brandhaarddetectiehonden of explosievenhonden kunnen sporen van de brandveroorzakende producten lokaliseren, waardoor het deskundigenonderzoek in geval van schade van criminele oorsprong vergemakkelijkt wordt.
De honden die naar menselijke geuren speuren, zijn in staat om een verdachte in een misdaadzone te identificeren, om een verband te leggen tussen een gevonden voorwerp en een verdachte.
De honden die naar menselijke resten speuren, zijn in staat om zeer kleine bloedsporen, fysiologische vloeistoffen op de meest onopvallende plaatsen te vinden: onder plinten, spleten in de vloer … 75 uur na het overlijden van een individu kunnen ze nog actief zijn.
In Neerhespen was er tijdens hun bezoek een Sint-Hubertushond die voor haar reukzin werd ingezet: dit hondenras, dat als moeilijker op te leiden wordt beschouwd, is bijzonder volhardend in het volgen en ruiken van mensen en voorwerpen.
De honden die illegalen opsporen, zien er vaak innemend uit (collie, labrador, ...) om de illegalen niet bang te maken die in ons recht worden beschouwd als slachtoffers van mensenhandel; door hun lenigheid en soepelheid kunnen ze in scheepsruimen, laadbakken van vrachtwagens, grote leidingen, ... kruipen.
De patrouille- en aanvalshonden moeten hun geleider kunnen bijstaan op om het even welk soort terrein en in om het even welke geluidsomgeving. Charlie, een herdershond die tijdens het bezoek aanwezig was, heeft in Frankrijk de Europese gehoorzaamheidswedstrijd voor politiehonden gewonnen: hij is in staat om, op een eenvoudig teken van zijn geleider of de intonatie van zijn stem, een beweging te onderbreken, stil te blijven staan, verschillende wachthoudingen aan te nemen, in evenwicht op een paal, hard te blaffen, met de tanden bloot, om indruk te maken op de aangehouden persoon, om een verdachte die zijn geleider bedreigt, aan te vallen en te neutraliseren.
De hondenteams, die jaarlijks zowat 3 500 keer uitrukken, dag en nacht, zeven dagen op zeven, zijn dus een waardevolle hulp in onderzoeken.