Wet van 10 april 1990
Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten.
Voornaamste verplichtingen voor de gebruiker van een elektronische beveiliging:
- Ieder systeem dient te worden geïnstalleerd door een erkend installateur.
|
- Binnen de 5 dagen na de installatie dient de lokale politie schriftelijk op de hoogte worden gebracht van de ingebruikname. De gebruiker dient alle nuttige personalia van tenminste één contactpersoon, die op zijn beurt aan bepaalde voorwaarden dient te voldoen, op te geven bij de aangifte bij de lokale politie.
|
- Indien de gebruiker het alarmsysteem zelf heeft geïnstalleerd mag dit pas in werking worden gesteld na voorafgaande keuring door een erkend installateur. Het in werking stellen van een alarmsysteem wordt afhankelijk gesteld van het sluiten van een onderhoudscontract.
|
- Bij elk alarmsysteem dient een onderhoudsboekje voorhanden te zijn op de plaats waar het alarmsysteem is geïnstalleerd.
|
Te duur - ongemak?
Elektronische beveiliging wordt soms afgedaan als "te duur", "te veel beperkingen", enz.. Dergelijke beveiliging is inderdaad een belangrijke investering, maar in sommige omstandigheden is zij een noodzakelijke aanvulling bij de organisatorische en bouwkundige maatregelen en kan zij een meer realistische oplossing zijn dan een uitbreiding van de mechanische beveiliging.
Dat bij elektronische beveiliging een zekere gebruiksdiscipline vereist is, is waar en soms zal men zijn gewoonten wat moeten aanpassen. Maar om ze enkel op basis hiervan te verwerpen lijkt ons onredelijk.
Vals alarm?
Een andere vaak gehoorde opmerking is dat elektronische systemen geregeld aanleiding geven tot vals alarm en dat daardoor minder gereageerd wordt, wat de efficiëntie van het systeem in het gedrang brengt.
Hoe het werkt?
Een elektronisch beveiligingssysteem bestaat uit een aantal detectoren, een centrale, een inwerkingstellingssysteem, een sirene en/of optisch signaal en soms een automatische telefoonkiesapparatuur die het signaal doorgeeft aan een gespecialiseerde firma, een politiedienst of een andere aangeduide persoon.
De detectoren
De detectoren die meestal toepassing vinden voor gewone risico's zijn:
- Magneetcontacten:
Een magneetcontact bestaat uit twee delen - de magneet en het contact - waarvan het ene wordt aangebracht op het bewegende deel (deur, raam, rolluik) en het andere bevestigd is op bijvoorbeeld de deurstijl. Er zijn verschillende uitvoeringen (ingebouwd, opgebouwd, kleinere modellen voor ramen en zwaardere voor rolluiken) die bijna om het even waar kunnen toegepast worden.
De detector reageert op het openen van deuren of ramen en niet op schokken, trillingen of glasbraak.
|
- Glasbreukdetectoren:
De detector, een rond of vierkant doosje, wordt op het glas geplakt en reageert op het breken van glas. Er bestaan ook volumetrische uitvoeringen die binnen de ruimte worden aangebracht en meerdere glasoppervlakten bewaken.
|
Deze twee detectoren, ook vaak perimetrische detectoren genoemd, alhoewel een magneetcontact ook op een binnendeur kan aangebracht worden, al dan niet aangevuld met andere (contactmat, seismische (trillings) detectoren, actief infra-rood) worden gebruikt:
- hetzij als enig detectiesysteem wanneer geen ruimtelijke beveiliging mogelijk is, of omdat er weinig toegangen zijn of omdat het risico gering is;
|
- hetzij in combinatie met ruimtelijke detectie;
|
- wanneer de detectie zo vroeg mogelijk moet geschieden.
|
Een nadeel is niet zozeer de prijs van het materieel maar wel de installatiekosten, vooral wanneer er meerdere toegangen zijn en de bekabeling niet op voorhand voorzien werd. Deze nadelen worden opgevangen door het gebruik van de ruimtelijk werkende detectoren: ultrasonor, passief infra-rood en radar.
- Ultrasonor en radar:
Beide detectoren hebben een zend- en een ontvangeenheid en reageren wanneer het normale frequentiepatroon van de uitgezonden golven wijzigt doordat iemand de beveiligde zone betreedt.
|
- Passief infra-rood:
De detector heeft een reflector die de ruimte opdeelt in meerdere zones waarin de aanwezige infraroodenergie "opgemeten" wordt door een meetkop. De detectie vindt plaats wanneer een persoon zich van een bewaakte zone naar een onbewaakte zone begeeft.
|
De centrale
De centrale is het hart van het elektronisch systeem en ontvangt de signalen van de aangesloten detectoren. Zij is voorzien van een noodstroomvoorziening die haar een autonome werking geeft van twee of meer dagen. Verschillende geheugenlampjes geven aan of het systeem ingeschakeld is, wat de staat van de batterij is, welke zones beveiligd zijn, of er een sabotagepoging was. waar het alarm juist afging, enz.. De centrale wordt in werking gesteld of uitgeschakeld met een sleutel en/of een codeklavier. Een vertraging wordt ingesteld om na het inschakelen de woning te kunnen verlaten (of betreden) zonder alarm te geven.
Het alarm
Het alarm bestaat uit een luid alarm binnen enlof buiten de woning, aangevuld met aan de buitenzijde een flash zodat men weet van waar het alarm afkomstig is. De sirene moet uiteraard ook haar eigen voeding hebben en beveiligd zijn tegen sabotagepogingen. Wel moet er rekening mee gehouden worden dat in sommige gemeenten een luid buitenalarm verboden is.
Automatische telefoonkiezer
Samen met het luid alarm of los daarvan kan de centrale een systeem ingebouwd hebben die, via een telefoonlijn, een centrale beveiligingsdienst inlicht van de indringing of de poging ertoe. De firma reageert dan zoals vooraf werd afgesproken: inlichten van de politie, ter plaatse gaan.
Daarnaast zijn er ook telefoonkiezers die een bericht hebben dat vooraf ingesproken werd op een bandje en dat bij indringing vooraf geprogrammeerde abonnees oproept.