Internetfraude
Inleiding
Het overkomt iedere internetgebruiker wel eens dat hem via het internet tegen betaling diensten of goederen worden aangeboden. In een aantal gevallen (gelukkig een minderheid) blijkt het achteraf te gaan om onbestaande diensten of goederen; er is dan sprake van oplichting.
In België wordt oplichting gestraft volgens artikel 496 van het Strafwetboek, waarin het volgende wordt vermeld:
Aan oplichting maakt zich schuldig, hij die, met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, zich gelden, roerende goederen, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen doet afgeven of leveren, hetzij door het gebruik maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door het aanwenden van listige kunstgrepen om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid.
Of in klare taal gezegd, is oplichting:
Met mooie woorden en voorstellen, die niemand onberoerd laten, goederen of gelden ontfutselen aan argeloze (nietsvermoedende) personen (internetgebruikers).
Het internet biedt de mogelijkheid om op korte termijn en met zeer weinig financiële middelen een groot aantal mogelijke slachtoffers te bereiken.
Ook indien men gebruik maakt van de moderne communicatiemiddelen (internet) om zich een ‘vermogensvoordeel’ te verschaffen, blijft artikel 496 Sw. van toepassing.
Is poging tot oplichting strafbaar?
Ja: volgens datzelfde artikel 496 van het Belgische Strafwetboek is poging tot oplichting strafbaar! Dus, diegene die probeert een ander op te lichten, kan gestraft worden.
Waarover het o.m. kan gaan, wordt hierna met enkele typische voorbeelden (of praktijken) verduidelijkt.
Meer informatie ?
Federal Computer Crime Unit
Internetfraude
Betaalkaarten